In dit blog over eetproblematiek en eetstoornissen gaat Tess een begin maken met het uitleggen van de verschillende vormen van eetproblematiek. Eetproblemen komen namelijk in veel vormen voor en niet alle vormen zijn even bekend of met het blote oog te zien. We beginnen met een persoonlijk stukje, waarin Tess een aantal persoonlijke voorbeelden geeft van haar obsessieve eetgedrag en schuldgevoel rondom voeding. Vanuit daar gaan we verder…

Eetproblematiek en calorieën tellen

“Wat kan ik nu nog eten, als ik nog zo’n 300 calorieën voor vandaag over heb?”

Dit zal ongetwijfeld een herkenbare gedachte zijn voor mensen die net als ik langere tijd calorieën hebben geteld. Je downloadt een simpele app, vult je gewicht, lengte, leeftijd en hoeveel of hoe snel je wilt afvallen in en er komt een advies uit hoeveel calorieën je per dag tot je mag nemen. De apps maken het daarnaast erg makkelijk om je voeding te tracken, door het kunnen scannen van barcodes van producten of het opzoeken van voedingsmiddelen of recepten. Het begon zo onschuldig, gewoon om te kijken wat ik op een dag binnenkreeg of binnen zou moeten of kunnen krijgen, maar het mondde uit in een super-ongezonde-obsessieve continue rekenmachine in mijn hoofd. In zeer korte tijd wist ik precies het aantal calorieën per voedingsmiddel (nadeel van een sterk fotografisch geheugen) en was ik de hele dag elke kruimel die binnenkwam aan het bijhouden en optellen en mezelf restricties aan het opleggen. En toen kwam ook nog eens de uitdaging, om het totale aantal calorieën steeds lager te krijgen. Dankzij de foodtracker ontstond ook mijn bewustwording, hetgeen op termijn weer leidde tot angst, voor de vele hoeveelheden vetten en suikers in voeding waar ik eerst niet zo bewust van was. Ik had een enorme focus op de hoeveelheden, voedingswaarden en calorieën van het eten dat ik tot me nam en beperkte mezelf daarin, terwijl ik eigenlijk alle energie kon gebruiken voor het absurd vele sporten.

“Oké, je kan dit nu eten, maar dan ga je morgen twee keer zo lang naar de sportschool”

Toendertijd kon ik het voor mezelf nog niet ‘goedpraten’  een zodanige hoeveelheid calorieën te nuttigen die paste bij het vele verbranden van calorieën tijdens het sporten. Sterker nog, ik compenseerde door veel te veel te sporten. Dit kon je ook allemaal invoeren in de apps, waardoor je balans op de dag steeds minder werd: als je 1500 calorieën had gegeten, maar je had er 700 verbrand, dan kwam je op slechts 800 totaal uit. Tot slot gaf die app je dan ook nog aan de eind van de dag een beloning als je je “dagboek” afrondde, door te zeggen hoeveel je over een aantal weken zou wegen als je zo door zou gaan. Dit kunnen allemaal extra triggers zijn om steeds verder te gaan en geobsedeerd te raken, al zijn er ook tig mensen waarbij dit niet zo zal werken. Als ik een dag teveel had gegeten en net boven het maximaal  aantal calorieën was uitgekomen, wilde ik het de opvolgende dag keihard compenseren door extra lang of zwaar te sporten en mezelf nog meer te beperken qua voeding.

Controle

Wanneer je last hebt van een verstoorde relatie met voeding, zal je er alles aan doen om dat niet aan de grote klok te hangen. Zo kun je bijvoorbeeld eetmomenten proberen te vermijden, gezamenlijke lunches op werk skippen door expres een afspraak in te plannen of op “slimme” tijden naar verjaardagen te gaan (vlak voor of na het avondeten). Ik merkte dat het zelfs in mijn sociale kring een rol ging spelen. Wilde een vriendinnengroep afspreken? Dan wilde ik gerust erop aansturen dat dat niet een lunch of een etentje zou worden, maar een koffie- of theemomentje. Er waren echter ook momenten dat ik niet onder een etentje uit kon komen. Naar zo’n etentje gaan was een heuse strijd, die al lang voor de betreffende datum van start ging. Ik kon me al dagen van tevoren druk maken over zoiets. Kon ik van tevoren wel genoeg sporten? Kon ik die dag wel sporten? Kon ik er niet nog onderuit komen? Kan ik niet afzeggen? Hoe compenseer ik dat etentje de dag erna of dezelfde dag? Eet ik dan overdag maar niks of alleen blaadjes sla? Op het moment dat het etentje plaatsvond, ging de strijd rustig verder en ging het bekijken van de menukaart gepaard met een continu draaiende rekenmachine. Welk gerecht zou het gezondste zijn? Waarin zou het minste vet zitten, of welke bevat het minste calorieën en zou ik dus het beste kunnen kiezen? Waar een ander geniet van uit eten gaan en lekker eten, was ik alleen maar bezig met de strijd van het kiezen tussen vele kwaden. Daarbij moest ik het etentje compenseren, door de dag erna amper iets te mogen eten en dubbel zo hard of lang te moeten sporten, om maar het schuldgevoel van het eten weg te werken. Terwijl ik, zoals ik het nu objectief kan bekijken, op die momenten niet eens echt uit de ‘bocht ben gevlogen’.

Schuldgevoel

“Als je echt dun wil zijn, dan zou je dit niet eten”

Het schuldgevoel ontstond en werd in stand gehouden door stemmen in mijn hoofd. Zelf noemde ik dit altijd de ‘engel’ en de ‘duivel’ en omschreef ik het aan anderen alsof ze beide op mijn schouders zaten en voortdurend met elkaar in strijd waren. Als de ene zei “dit kan je gerust nemen, want je hebt net gesport”, zei de ander “maar het zou nog beter zijn om gewoon niks te eten, want dan wordt je dun”.  Op een gegeven moment namen deze stemmen in zoverre controle over mijn leven, dat ze ook bepaalden wanneer ik wel en niet mocht eten. Het mogen eten moest je verdienen, dus eten deed je pas nadat je had gesport gehad of calorieën had verbrand. Er was dus een geruststellende stem die me verzekerde dat ik wel even kwark kon eten, als ik me ervoor twee uur intensief ingespannen had. Anderzijds was er een verontrustende, angstige stem die mij ervan verzekerde dat ik beter niet kon lunchen, voordat ik iets had ondernomen of niet moest ontbijten. Omdat ik in die tijd elke dag naar de sportschool ging en soms meerdere keren per dag, kon ik in complete paniek raken als ik een dag (om wat voor reden dan ook) niet kon sporten. Ik durfde dan eigenlijk niets te eten en maakte me de hele dag druk om het feit dat ik niet kon sporten. Natuurlijk zijn er dagen voorgekomen dat ik daadwerkelijk niet heb kunnen sporten en ja, dit heb ik overleefd, maar de manier waarop ik zo’n dag door moest komen was niet leuk. Het was moeilijk om te laten doordringen dat één dag niet sporten je niet dikker maakt, of je afvalproces niet doet stoppen, net als dat één dag of één keer iets “slechts” eten je niet direct dik maakt. En dit terwijl ik – ook toen – dondersgoed rationeel wist dat het zo werkte en dat het niet erg zou zijn. Toch voelde het voor mij als het verlies van controle, om uit het ritme en structuur gehaald te worden. Zolang ik maar iedere dag in die sportschool stond te zwoegen, had ik controle over mijn gedrag, over mijn eetpatroon en kon ik ‘tevreden’ zijn met mezelf. Dan konden de positieve stemmen overheersen en kon ik de negatieve stemmen tijdelijk uitdoven. Op het moment dat de stemmen zo prominent aanwezig waren en Koningsdag om de hoek kwam (met andere woorden: de sportschool was dan een dag dicht), kocht ik enigszins impulsief een racefiets om dit te kunnen compenseren. Alles, maar dan ook echt alles, stond in het teken van de ongelooflijke haat-liefde relatie met eten en de obsessie voor het dwangmatige sporten.

Was ik maar….

Alle vormen van eetproblematiek hebben eigenlijk een grote gedeelde eigenschap, namelijk het continue zorgen maken over je voeding of je gewicht. Maar als we eerlijk zijn, maakt iedereen zich toch op een moment in zijn leven weleens zorgen over zijn gewicht of eetpatroon? Of dat nou is wanneer je zwanger bent (en dus in gewicht aankomt) of wanneer je als puber vrouwelijke vormen krijgt en nog geen groeispurt hebt gehad, het komt bij iedereen in enige mate weleens voor. Iedereen gaat toch weleens “lijnen”, even tijdelijk op de “calorietjes letten” of weer “even strak in het gareel”, met verschillende motivatieredenen (bijvoorbeeld een bruiloft). Hoewel het dus onschuldig kan beginnen, kan het bij sommige mensen ontwikkelen tot een ernstig probleem. Ik heb ruim anderhalf jaar oogkleppen gedragen. Ik moest, als psycholoog zijnde, dondersgoed doorhebben wat er aan de hand was en wat zich ontwikkelde, maar ik ontkende alles. Tot het moment waarop ik “verplicht” werd doorverwezen naar een diëtist in het ziekenhuis, nadat ik gediagnosticeerd werd met coeliakie (een auto-immuunziekte waarbij je geen gluten kan verdragen). Nietsvermoedend ging ik naar de diëtist, met het idee daar te leren wat ik ‘extra’ zou moeten eten als ik voortaan glutenvrij door het leven zou gaan. Echter, heeft zij mij de grootste spiegel ooit voor mijn neus gehouden. Zij vroeg mij namelijk om te vertellen wat ik precies at op een dag. Tja, dat was toen niet zoveel meer dan rijstwafels, soms een rijstwafel met pindakaas (als “traktatie”) en avondeten. Ik weet nog goed dat zij op voorzichtige wijze aan mij probeerde te vragen “denk je niet dat je een eetstoornis hebt ontwikkeld?” en dat dat zó hard binnenkwam. Het leek wel alsof iemand eindelijk mijn ogen open deed en ik niet langer meer voor de waarheid weg kon lopen. Het doel van de begeleiding van de diëtist veranderde razendsnel naar het opnieuw leren eten van normale, gebruikelijke voedingsmiddelen zoals brood, broodbeleg en koolhydraten. Ik ben haar nog steeds, nu reeds vier jaar lang, dankbaar voor wat zij mij heeft geboden. Daarmee bedoel ik vooral die spiegel die ze me voor heeft gehouden, want die heeft voor mij tot de eerste stap geleid in het ellenlange proces naar verbetering, namelijk de erkenning van het probleem. De confrontatie leverde in eerste instantie verdriet op. Ik kon het bijna niet geloven dat ik zo’n probleem had ontwikkeld en ik denk dat ik dat nog erger vond, omdat ik zelf als psycholoog was afgestudeerd. Daarna ontstond er ook veel boosheid, boosheid op mezelf maar ook boosheid op mijn omgeving. Hoe konden mijn dichtstbijzijnde vriendinnen dit niet hebben gezien? En hoe kon mijn vriendje dit niet hebben gezien en hier niks aan hebben gedaan? Dit moet anderen, die dichtbij mij stonden, toch ook zijn opgevallen? Later kon ik me echter beseffen dat dit natuurlijk ook te maken had met het feit dat ik heel erg mijn best deed om deze problemen en mijn ‘strijd’ te verbergen. Zij zagen natuurlijk een ontzettend gemotiveerd iemand om af te vallen, die erg sportief was geworden en op weg was naar een lekker en gezond gewicht en zagen niet met welke problemen dat gepaard ging.

Eetproblematiek kent verschillende vormen en eigenschappen

“Een verstoord lichaamsbeeld en excessief diëten wat tot ernstig gewichtsverlies leidt, met intense angst om dik te worden”

Misschien denk je nu: “huh, hoe kan zij een eetstoornis hebben als ze nooit gebruik heeft gemaakt van overgeven, laxeermiddelen of nooit een te laag lichaamsgewicht heeft gehad?”. Ik kan je echter vertellen dat er naast de drie meest bekende eetstoornissen (Anorexia Nervosa, Boulimia Nervosa en Binge Eating Disorder), ook eetstoornissen bestaan die minder bekend zijn. Er is in de wereld van psychologen en psychiaters een enorm uitgebreid boek, de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders), waarin alle classificaties van psychische stoornissen staan beschreven. Er staat precies in beschreven wat je voor symptomen moet hebben, om aan een bepaald plaatje van een stoornis te kunnen voldoen. Dit is vaak niet zo ‘makkelijk’ te lezen, omdat er psychologische termen in worden gebruikt. De criteria voor Anorexia Nervosa (vertaling: gebrek aan eetlust door nerveuze oorzake) zijn bijvoorbeeld volgens de DSM het beperken van de energie-inname ten opzichte van de energiebehoefte, resulterend in een significant te laag lichaamsgewicht voor de leeftijd, sekse, groeicurve en lichamelijke gezondheid. Met een te laag lichaamsgewicht wordt een gewicht bedoeld dat lager is dan het minimale normale gewicht of (bij kinderen en adolescenten) een lager gewicht dan minimaal wordt verwacht. Daarbij moet een intense vrees zijn om aan te komen of dik te worden, of persisterend gedrag dat gewichtstoename verhindert, zelfs al heeft de betrokkene een significant te laag gewicht. Tot slot moet er een stoornis zijn in de manier waarop de betrokkene zijn of haar lichaamsgewicht of lichaamsvorm ervaart, een onevenredig grote invloed van het lichaamsgewicht of de lichaamsvorm op het oordeel over zichzelf, of persisteren in het niet onderkennen van de ernst van het actuele lage lichaamsgewicht. In simpele woorden bedoelen zij hiermee dat je 1) te weinig eet ten opzichte van wat je eigenlijk nodig hebt en daardoor een te laag lichaamsgewicht hebt, 2) je enorm bang bent om aan te komen of dik te worden, ook al weeg je veel minder dan de gemiddelde leeftijdsgenoot en 3) heb je een verkeerd beeld van je eigen lichaam, zie je deze bijvoorbeeld anders dan wat deze daadwerkelijk is en heeft dit grote invloed over hoe je over jezelf denkt en kan je ontkennen dat je een te laag gewicht hebt. Als je aan deze criteria voldoet, kan de diagnose Anorexia Nervosa toegekend worden. Maar ook wanneer je niet aan deze criteria voldoet, of die van Boulimia Nervosa of Binge Eating Disorder, kan je wel degelijk een eetstoornis hebben en kan het je leven ernstig beïnvloeden.

“Zo, die eet sowieso veel te weinig”

We kennen allemaal het stereotype beeld in ons hoofd als we bijvoorbeeld denken aan Anorexia Nervosa, namelijk foto’s van eng dunne meisjes, jongens, vrouwen of mannen. Er zijn een hele hoop mensen die maar heel erg weinig weten van eetproblematiek en die daarentegen wel heel erg goed kunnen oordelen. Vaak hoor je ze dan ook denken, of zelfs hardop zeggen, “zo zou je niet wat eten meissie?” of “eet jij gerust maar een patatje”. Maar, zij weten niet beter. Zij weten niet hoe een eetstoornis zich ontwikkelt en weten niet dat daar talloze oorzaken achter gevonden kunnen worden. Sterker nog, het ontwikkelen hiervan heeft vaak niet één oorzaak, maar is een combinatie van meerdere factoren. In de volgende blogs zal ik je meer vertellen over de andere vormen van eetstoornissen, hoe eetproblematiek kan ontstaan en welke factoren hierbij een rol spelen, waaronder opvoedingskundige, erfelijke en karakteristieke factoren. Nieuwsgierig? Of ben jij benieuwd om misschien meer te leren over hoe jouw eetproblematiek gedeeltelijk ontstaan kan zijn? Lees dan ook mijn volgende blogs!

Heb jij deel 1 en 2 over eetstoornissen en eetproblematiek al gelezen? In deel 1 verteld Tess haar verhaal en in deel 2 vertelt Jolijn haar persoonlike verhaal.

Reageer