Blog 4 over eetstoornissen. In dit blog geeft Tess antwoord op de vraag; hoe ontstaat een eetstoornis?

Heb je deel één, twee en drie nog niet gelezen?

“Was ik maar zo slank zoals zij is, of zo slank zoals zij er op haar foto’s uitziet”

Hebben we dat niet allemaal? Dat we op Facebook of Instagram prachtige foto’s voorbij zien komen van mooie, slanke lichamen (van zowel mannen als vrouwen) en ons eigen lichaam hier automatisch mee gaan vergelijken? Of we denken redelijk tevreden te zijn over onszelf, maar toch zou een iets strakkere of plattere buik, slankere benen of dikkere billen fijn zijn en streven we continu naar verbetering. Wellicht is het nog meer herkenbaar dat je oude foto’s van jezelf – van een jaar geleden – ziet en denkt “hoe heb ik toen ooit ontevreden kunnen zijn? Ik was daar veel slanker dan nu!”. Ik betrap mezelf hier nog steeds op. Bij het terugkijken van foto’s van een jaar geleden, denk ik een veel slanker, strakker iemand te zien dan ik nu ben. In werkelijkheid kan het echter slechts één of twee kilo schelen en is het niet aannemelijk dat ik door dat kleine verschil een heel andere lichaamsvorm heb kunnen krijgen zonder mijn voedings- en sportpatronen te veranderen.

“Jij hebt zeker te veel op Instagram gezeten”

Het ideaalbeeld dat geschetst wordt in de maatschappij is er één met heel veel (hoge) eisen. Wie niet aan deze eisen kan voldoen of niet in het ideale plaatje past, loopt het risico veroordeeld te worden door anderen. Hoewel social media en het ideaalbeeld kan bijdragen aan het ontwikkelen van een eetstoornis of eetproblematiek, of een risicofactor daartoe kan vormen, is dit op zichzelf staand niet voldoende om een eetstoornis te ontwikkelen. Voor de ontwikkeling van een eetstoornis is (vaak) geen eenduidige oorzaak te vinden, maar wordt er uitgegaan van een combinatie van factoren op bijvoorbeeld erfelijk, karakteristiek, psychologisch, biologisch of lichamelijk, opvoedkundig, familiair of sociaal-cultureel gebied. Al deze risicofactoren zijn te vinden in de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders).

“Kan je opvoeding bepalen of jij een eetstoornis ontwikkelt?”

Één van de veelvoorkomende oorzaken of risicofactoren voor het ontwikkelen van een eetstoornis is prestatiegerichtheid; het altijd streven naar meer of het beste. Veel mensen zijn prestatiegericht opgevoed en hebben in hun (vroege) kindertijd meer waardering gehad voor dat wat zij doen, dan voor dat wat of voor hoe zij zijn. Deze mensen vinden het vaak moeilijk om zichzelf te accepteren, of waardering te hebben voor zichzelf en zullen altijd de neiging hebben te denken dat alles nog beter kan. Vaak gaat dit gepaard met een negatief zelfbeeld of lage of onvoldoende zelfwaardering. Als je een negatief zelfbeeld hebt en perfectionistisch bent, kan het extreme lijnen een gevoel van zelfcontrole en zelfwaardering geven. Het grote risico is echter dat perfectionisten vaak blijven streven naar meer en hierin kunnen doorslaan. Want, wanneer is het goed genoeg? Is het niet beter als je toch nog vijf kilo extra verliest, of een lager vetpercentage kan nastreven?

Hoeveel waarde ken jij aan jezelf toe?”

Fred Sterk en Sjoerd Swaen beschrijven in hun boek heel mooi dat zelfwaardering letterlijk betekent: “waarde aan jezelf toekennen”, ofwel een oordeel geven over wie je bent. Dit oordeel kan positief zijn, maar is ook bij heel veel mensen negatief. Een lage zelfwaardering betekent eigenlijk dat je niet tevreden bent over jezelf, of jezelf afkeurt, en vaak gaat dit gepaard met het idee dat je ook denkt dat anderen jou afkeuren. Vaak hebben mensen met een lage zelfwaardering ‘automatisch’ negatieve gedachten. Je bent geneigd om op een meer negatieve manier naar jezelf, de wereld en de mensen om je heen te kijken. Kritiek van anderen kun je dan zien als een bevestiging van het beeld dat je zelf al had, dat je ‘niks’ waard bent. Veel mensen stellen allerlei eisen (ofwel voorwaarden) aan zichzelf, waaraan zij moeten voldoen voordat zij zichzelf mogen en kunnen waarderen. Het risico hiervan is dat je angsten of sombere gevoelens kunt krijgen, op het moment dat je die eisen niet haalt (en die momenten zullen er ongetwijfeld zijn!).

Het duiveltje en het engeltje waar ik in mijn vorige blog over sprak, zijn vaak aanwezig bij mensen met een lage zelfwaardering (en dan vooral het duiveltje). Het duiveltje heeft een afkeurende stem en is aanvallend en veroordelend, bovenal is deze vooral overheersend aanwezig. Bij mensen met een lage zelfwaardering, is het engeltje niet sterk genoeg om de kritische, negatieve duivel te doven. Het duiveltje ontstaat vaak in je vroege kindertijd, bij je eerste opvoedingservaringen. Als je klein bent leren je ouders je wat goed of slecht is en welk gedrag acceptabel en onacceptabel is. Als kind ben je gevoelig voor straf en beloning (ofwel goedkeuring) en de mate van de negatieve ervaringen is bepalend voor de sterkte van jouw duiveltje. Als je heel veel negatieve ervaringen hebt meegemaakt, veel straf hebt gehad en veel kritiek hebt gekregen over hoe of wie je bent of hoe ‘slecht’ je bent, dan zal jouw duiveltje jou altijd proberen naar beneden te halen. Zeer negatieve ervaringen zijn bijvoorbeeld  wanneer ouders geen onderscheid maken tussen gedrag en identiteit. Als je iets fout doet (zoals een snoepje pikken) en je wordt een “slecht kind” genoemd, zal je leren dat jij en je gedrag fout zijn in plaats van alleen je gedrag. Maar ook teleurgestelde ouders in jouw interesses of ambities of gepest worden door leeftijdsgenoten zijn zeer negatieve ervaringen die hier een rol in kunnen spelen. Het kan ook zijn dat er binnen jouw gezin altijd al veel nadruk heeft gelegen op gewicht en voeding of dat je onvoldoende hebt geleerd hoe je moet omgaan met (negatieve) emoties. Er zijn ook veel mensen die hun emoties proberen, of zichzelf troosten met lekker eten. Ook hierdoor kan een verstoorde relatie met eten ontstaan.

Daarnaast kan ook jouw persoonlijkheid een rol spelen in het wel of niet ontstaan van een eetstoornis. Er wordt vaak een verband gevonden tussen een neurotische persoonlijkheid en eetstoornissen. Een neurotische persoonlijkheid kenmerkt zich door een grote kwetsbaarheid voor prikkels van buitenaf, die voor diegene bijna niet meer te reguleren zijn. Deze mensen hebben vaak intens last van gevoelens van angst, stress, schuldgevoel, jaloezie, onzekerheid en/of bezorgdheid. Daarnaast kun je ook gevoelig zijn voor obsessief gedrag en een verlangen hebben om controle te hebben, waarover dan ook. Misschien herken je het wel? Dat je probeert jezelf restricties op te leggen en controle probeert te zoeken of te houden in voeding:  over een bepaald voedingspatroon, hoeveelheid calorieën, vetten, suikers of een bepaald aantal eetmomenten. Het gevaar van deze controlebehoefte, is dat het gemakkelijk over kan slaan in ‘dwangmatige controle’. Een verklaring hiervoor kan ook gevonden worden in je persoonlijkheid. Een bekende eigenschap die je kunt hebben is perfectionisme, de drang om geen fouten te maken. Wanneer je fouten maakt, kan dit een angstig of onrustig gevoel geven. Je kunt je voorstellen dat als je perfectionistisch bent en jezelf hebt voorgenomen om ‘op je eten te letten’, het een voldaan gevoel geeft als het je lukt om je aan je eigen eisen te houden. En eisen stellen, dat doen perfectionisten veelal en de eisen worden steeds zwaarder. Als het je lukt om op een dag maximaal 1800 calorieën binnen te krijgen, voel je je succesvol, maar wil je een dag later maximaal 1750 calorieën kunnen behalen. Je hebt steeds meer nodig om dat “tevreden gevoel” te kunnen krijgen, waardoor het op een verslaving lijkt. Perfectionisme wordt in verband gebracht met psychische klachten, zoals eetproblematiek. Ook heeft het vaak te maken met (onvoldoende) zelfvertrouwen en een lage zelfwaardering. Het kan zo zijn dat het behalen van je eigen gestelde doelen enigszins zelfvertrouwen kan opleveren (want je kan trots zijn op jezelf als je je eigen hoge latten behaalt), terwijl het niet behalen van je doelen een negatieve invloed heeft op je zelfvertrouwen of zelfwaardering (want je kan je eigen doelen niet eens halen, waar ben je dan nog wel goed in of goed genoeg voor?).

“Eten als een os door een psychische oorzaak”

De letterlijke vertaling legt al een hoop uit over Boulimia Nervosa, ook wel vraatzucht genoemd. Zoals ik vorige keer de stoornis Anorexia Nervosa in makkelijke taal beschreef, behandel ik deze keer Boulimia Nervosa. De DSM  (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) beschrijft de classificaties van deze psychische stoornis. Er staat precies in beschreven wat je voor symptomen moet hebben, om aan een bepaald plaatje van een stoornis te kunnen voldoen. Dit is vaak niet zo ‘makkelijk’ te lezen, omdat er psychologische termen in worden gebruikt. Er zijn vijf criteria voor Boulimia Nervosa. Het eerste omschrijft de aanwezigheid van recidiverende eetbui-episodes. Een eetbui-episode wordt gekenmerkt door het in afzonderlijke tijdsperiode (bijvoorbeeld twee uur) eten van een hoeveelheid voedsel die beslist groter is dan die de meeste mensen binnen dezelfde tijd, onder vergelijkbare omstandigheden zou eten. Daarnaast moet er een gevoel zijn geen beheersing te hebben over het eten (bijvoorbeeld het gevoel niet te kunnen stoppen met eten, of niet te kunnen beheersen wat en hoeveel er wordt gegeten). Het tweede criterium beschrijft dat er sprake moet zijn van recidiverend inadequaat compensatoir gedrag om gewichtstoename tegen te gaan, zoals zelf opgewekt braken, misbruik van laxantia, diuretica of andere medicatie, vasten of overdadige lichaamsbeweging. Het derde criterium is dat de eetbuien en het compensatoire gedrag zich gedurende drie maanden gemiddeld minstens eenmaal per week voordoen. Voorts moeten de lichaamsvorm en het lichaamsgewicht een onevenredig grote invloed hebben op het oordeel over zichzelf en mag de stoornis niet uitsluitend in episoden van Anorexia Nervosa voorkomen. In simpele woorden gezegd bedoelen zij hiermee dat je 1) terugkerende periodes hebt waarin eetbuien voorkomen waarbij je in korte tijd een zodanig grote hoeveelheid eet die afwijkt van het gemiddelde en daarbij het gevoel hebt dat je jezelf niet onder controle hebt, 2) terugkerend compensatie gedrag vertoont om gewichtstoename te voorkomen (zoals overgeven, laxeermiddelen, plaspillen, uithongeren of extreem veel lichaamsbeweging), 3) dit gedrag in minimaal drie maanden gemiddeld één keer per week moet voorvallen, 4) je lichaamsvorm en lichaamsgewicht een grote rol spelen in hoe je over jezelf denkt en je jezelf beoordeelt en 5) het niet voorkomt als bijkomende kenmerken naast Anorexia Nervosa.  Als je hieraan voldoet, kan de diagnose Boulimia Nervosa toegekend worden. Maar ook wanneer je niet aan deze criteria voldoet, of van een andere eetstoornis, kan je wel degelijk een zodanig verstoorde relatie met eten hebben dat het je leven ernstig beïnvloedt.

“De invloed op de kwaliteit van leven, je relaties, je werk en je sociale contacten”

Een eetstoornis kan op alle gebieden van je dagelijks leven invloed hebben. Veel mensen met een eetstoornis ervaren door de eetstoornis veel moeite met bijvoorbeeld sociale contacten, maar ook het hebben en houden van een baan en het aangaan of onderhouden van intieme relaties. Je moet je voorstellen dat diegene met een eetstoornis veel last hebben van gevoelens van schaamte en dwangmatigheid, trucs en smoezen gebruiken om onder situaties uit te komen (zoals een etentje, een verjaardag of een afspraak met vriendinnen) en een hekel aan zichzelf kunnen hebben wanneer het niet gaat zoals zij willen – en zij geen verbetering kunnen laten zien tegenover zichzelf. Logischerwijs is de eetstoornis dan niet alleen van invloed op de patiënt zelf, maar ook op zijn of haar sociale omgeving en familie. Daarbij kan ook jouw zelfwaardering een bepalende rol spelen in hoe jij met de mensen om je heen om kan gaan. Als je niet van jezelf kunt houden, jezelf niet kunt waarderen en ontevreden bent met wie je bent, hoe kun je dan geloven dat een ander jou leuk vindt of je de moeite waard vindt om mee om te gaan? Ik heb zelf ervaren dat het niet gelukkig zijn met mezelf ervoor zorgde dat ik ook niet gelukkig was in mijn relatie én ook niet met mijn vriendschappen en hoe deze werden onderhouden. In deze relaties was ik geneigd voor de ander te leven, in plaats van voor mezelf. Als ik aan de voorwaarden van een ander voldeed, en aan verwachtingen (waarvan ik zelf overtuigd was dat anderen die van mij hadden), dan was ik misschien de moeite waard. Op die manier haalde ik zelf weinig uit deze relaties en ik begon dit pas in te zien, toen ik mezelf weer ging leren waarderen.

Maar als je wil veranderen….”

Veel mensen met eetproblematiek, zijn zichzelf bewust van de problemen en willen eigenlijk helemaal niet dat het zo’n grote rol speelt. Het is belangrijk om je te beseffen dat een eetprobleem verder gaat dan “eten” of “dun willen zijn”. Als je weer hebt leren eten, betekent het niet dat je eetstoornis weg is en betekent niet dat eten weer moeiteloos gaat. Een eetstoornis hoeft niet zichtbaar te zijn, maar maakt het niet minder heftig of ingrijpend als je het niet ziet. Daarbij kan een eetstoornis erg verschillen tussen verschillende personen en kan het zijn dat de één moeite heeft met iets waar de ander totaal geen moeite mee heeft.

Omdat er zoveel verschillende vormen van eetproblematiek zijn, het een mentale ziekte is die bij iedereen een andere oorzaak kan hebben en anders tot uiting kan komen, zijn er ook meerdere mogelijkheden tot behandeling. Veel mensen proberen echter – heel erg lang – zelf iets te doen aan hun eetproblematiek. Eetproblematiek is echter vaak een hardnekkig probleem, dat je niet makkelijk zelf kan oplossen en jarenlang een grote rol kan blijven spelen in je leven. Sterker nog, veel mensen die wel (jarenlang) behandeling hebben gehad, geven aan zich beter te voelen maar het nooit helemaal los te zullen (en kunnen) laten.

In de volgende blog zal ik je meer vertellen over hoe een behandeling bij eetproblematiek en eetstoornissen eruit kan zien. Nieuwsgierig? Of ben jij benieuwd naar welke vorm van behandeling bij jou zou passen of welke jou aanspreekt? Lees dan ook mijn volgende blogs!

Reageer